vrijdag 20 april 2012

Verdraaid

Voordat de buien echt losbreken rijd ik langs de Oostvaardersdijk naar het Trekvogelpad om nu eindelijk eens een behoorlijke foto te maken van een Draaihals, een kleine spechtensoort die lastig te vinden is en vaak alleen doortrekt in Nederland.

Als ik aankom staan er nog meer belangstellenden, wat ook betekent dat het wat druk is voor zo'n schuwe soort. Ik wandel eerst maar even naar de Lepelaarshut, waarachter twee broedkolonies zitten: van de Aalscholvers en van de Blauwe Reigers. Onderweg tref ik een hoop kleine zangertjes, waarvan de Zwartkop mij het meest bezighoudt: wat een lastige klant! Ik ben sowieso af en toe wat te laat, ook bij de veelvuldig aanwezige Tjiffen en Fitissen. Maar uiteindelijk komt de Zwartkop nieuwsgierig tevoorschijn.






Vanuit de hut zie ik de broedkolonies en allerlei eenden, met tientallen jongen. Leuk! In het riet de Rietgorzen en de Rietzangers, maar die komen niet zo vrij dat er een plaatje van te maken is. Een Merel werkt beter mee, en is eigenlijk ook prachtig.




Boven me gebeurt van alles. Een stel Lepelaars, een groepje Grote Zilverreigers en een paar Bruine Kiekendieven en Buizerds vliegen over. De aanwezige (grote) groep Groenlingen is er danig van in de war. Een Putter laat zich niet verstoren, en bouwt dapper verder aan het nest.




Als ik terugwandel naar de weg zit plots de Draaihals voor me op het pad, maar deze verdwijnt in de struiken nog voor ik mijn statief van mijn nek heb gehaald. Balen, weg plaat. Ik zie de schurk nog één keer voorbij vliegen maar kan het beestje niet terug vinden.

Ik rijd door naar de Grote Praambult om de Zeearend te zoeken, maar ook dat lukt niet. Natuurlijk zijn wel de Konikpaarden, de Edelherten en de Heckrunderen aanwezig. De paarden hebben het nogal met elkaar aan de stok, maar uiteindelijk keert de rust weer.



De laatste stop is de Doodaardsweg, waar nogal eens veel rovers jagen. Maar nu, vlak voordat het noodweer ook in de polder losbreekt, vind ik alleen Kneuen, Groenlingen en Holenduiven. En de eeuwige Graspiepers, natuurlijk.




Ik laat de polder weer achter me. Alles is klaar voor het planten van de gewassen, strak en uitgestrekt. Op een enkel perceel staan de bloemen al bijna klaar. Mooi hoor, Flevoland.

1 opmerking:

  1. Je houdt ook van dit land, he! Het is ook prachtig. Je Konikpaarden en velden zorgen voor een aangename afwisseling met je mooie vogeltjes. Stoere Putter, mooie Groenling en Merelman. Jammer van de Draaihals. Maar je hebt de sensatie wel gehad, dat je hem hebt gezien, op de plaat komt nog wel een keer! groet,
    Maria

    BeantwoordenVerwijderen

Schrijf hier uw reactie, en.....houd het netjes!